Euforie: Weijts gaat weids


“We wonen in andermans gedachten, wandelen door fantasieën van derden, werken in verzinsels van nog weer anderen.”
De nieuwste van Christiaan Weijts dendert als de vroegere Beneluxtrein door het Nederlandse landschap van media (“bestempeld tot actualiteit”), ondernemingszin (spagaat tussen wens, werk en werf), overheidsaanbesteding (de weerhaakjes van de wet) en familiaal fluïdum. Daar waar Vlaamse romanschrijvers de neiging vertonen om naam te maken met verhalen die geworteld zijn in de beklemmende Vlaamse klei (met sloten alcohol en katholiek wijwater als grondstroom) lijken Nederlandse auteurs veel enthousiaster het chaotische nu te omarmen. Weijts toont zich in zijn oeuvre een eersteklas observator-socioloog die eigen obsessies (zoals introvertie, een uitdijende puberteit, klassieke muziek) weet te koppelen aan actuele maatschappelijke tendenzen (digitalisering, instant-bevrediging, popularisering, individualisme).

Eerste constatatie: het is een lijvig boek geworden. En dat is meteen het gevolg van de tweede verrassing: de Stijlbreuk. Weijts gaat resoluut voor de beduchte spreektaal, en al van bij de eerste pagina’s waaien de tyfussen, trutten en gadverdammes ons om het hoofd. Heb ik iets gemist? vraag ik me af.
 
Is Weijts niet die bedachtzame schrijver die gebald, compact zijn gestolde observaties uitwerkt in krachtige paragrafen, er een beetje op los mijmert, en dat alles weet te koppelen aan realistische dialogen en afgepunte actie? Neen dus: Weijts geeft zichzelf de ruimte, pagina’s lang is het een actie en gedoe en denk je in het verkeerde verhaal te zijn verzeild. Tot hij dan toch weer uitpakt met enkele fris geformuleerde gedachten die je naar een potlood doen grijpen ("Hoe doen mensen van rond de veertig dat? Je zit tussen voor- en nageslacht in dat allebei zorg en tijd eist, terwijl tegelijkertijd je carrière tot een kookpunt komt."). En hoewel je nog ietwat wantrouwig staat tegenover het taalgebruik (Hoe kan deze Johannes Vermeer zo’n ruw register van innerlijke monoloog hanteren, klopt dit wel? Of wil Weijts een zo groot mogelijk lezerspubliek aanspreken? Ja, Nederland heeft natuurlijk zijn Wilders al gehad.) besef je al snel: hé, dit gaat verbazend goed vooruit. Medepersonages krijgen kleur en vorm (Kasper), vrouw- en kindlief zijn schattig herkenbaar, werk en leven worden achteloos, vaardig en vlot gepenseeld.
En zo ontvouwt zich het landschap met een heel eigen dynamiek. En de architectuur dan, ging dit boek niet over architectuur? Inderdaad, maar laat dat nu net een wonderlijke keuze van de schrijver zijn geweest: in tegenstelling tot zijn vorige boeken, worden de terminologie of de bespiegelingen je ook niet door de strot geduwd – immers, architectuur belangt ons allen aan, is overal, kruipt in onze huid en staat zodoende nooit plompverloren in de gang van onze gedachten. "Buitenwereld wordt binnenwereld" - het is een observatie-festijn dat je zelf ook aan het denken zet (Zijn die woonblokken die we zo snel troosteloos noemen, niet vooral erg voor de passant? Immers, op de achtste verdieping heb je een mooi zicht over de stad. Grijs weer natuurlijk wel, dat wel). Op het  tweede plan maken de herinneringen van Vermeer aan zijn puberliefde Isa aarzelend hun intrede – wat kan mij dat nou schelen? denk ik eerst – maar ook hier word je al snel meegezogen en verdwijnen de reserves met elke harteklop van het puberhart.

De ruime baan, dus: het gaat hem goed af. De wisselende verhaaltechnieken (de toespraken van Vermeer, de innerlijke monoloog, variatie in settings en ontmoetingen) maken dat dit boek geen seconde verveelt. Ik heb nu nog dertig pagina’s te gaan, en ben natuurlijk heel benieuwd naar het einde. Maar ik schrijf dit nu al om dat einde zijn beslissingskracht te ontnemen: ongeacht de finale is dit een Weijts grand (en) cru. Hij doet het hem weer, lezen dit boek!

Comments

Joke said…
Weijts staat inderdaad bekend om zijn..uhm aparte taalgebruik. In dit boek dus zo te lezen ook. Maar desondanks lijkt me dit een goed boek! Jammer dat ik voorlopig een investeringsstop heb. Nu moet het weer op dat almaar uitdijende lijstje.
Ik hoop dat er nog een bevredigend einde aan zit, Boekenliefhebber!
ps het woord constatatie: dat was nieuw voor mij. ik moest het opzoeken, helaas het bestaat echt ;-)
Helaas? ;-) Ah, dat wist ik niet, dat de man een reputatie heeft. Van directheid of zo? Wel, als je voor nrc.next schrijft, blijft dat niet zonder gevolgen waarschijnlijk ;-) Neen, in zijn vroegere werk viel me dat niet zo op: hier wel - ik zag er meteen een zedenschets in (de iets directere, grover gebekte noorderburen à la 'de wereld draait door') maar lees zo weinig eigentijds werk (van Nederlanders en Vlamingen) dat ik nu ook geen onbezonnen uitspraken wou doen. :-) ja, de woordenschat is meestal hapklaar, slechts een 'velum', 'lemniscaat' e.d. dat een woordenboek behoefde. 'Ontbijtkalme straten' en 'keeltoeschroevende woorden', dat is zo'n beetje de proza-poëzie. Maar wars van het taalgebruik: prachtige observaties en gedachtengangen! (en actie, dialogen enz. zeker ook)

Popular posts from this blog

lezen voor het slapengaan